We mogen nooit meer klagen over slechte wegen in Nederland. Zodra je de grens over gaat rammelen alle schroeven van de auto los. Na een tijdje zoeken vond ik het huis waar Julie en Melissa opgesloten hebben gezeten. Het ligt best een eindje buiten Charleroi waar Dutroux dus vaak verbleef. Het huis staat langzaam weg te rotten, en de buren. Tja die wonen er gewoon naast, niks aan de hand. Ik zou er dan toch niet meer prettig wonen. Tijdens het rondje wat ik daar liep kwam ik ook wat gemene honden tegen. Ik voelde me al niet erg op mijn gemak in dit vervallen dorpje, die honden hielpen daar niet aan mee.
Ik zoek me rot naar het huis in de wijk Jumet. Ik beland op het politie bureau omdat ik op een plek stilstond met de auto waar het niet mocht. De politieman print een kaart voor mij uit en legt mij in gebrekkig engels uit waar ik moet zijn. Ik spreek geen Frans, was in dit geval wel heel handig geweest. In tegenstelling tot de eerste plek is hier wel een soort van monument aangelegd voor An en Eefje (ze werden hier in de tuin begraven). Een grasveldje met een steen. De buurt hier oogt wel wat vriendelijker maar ik loop mezelf een beetje op te fokken. Bij iedere schuurdeur begin ik mezelf af te vragen wat erachter gebeurt. Alles ziet er opeens griezelig uit.
Het huis waarvan ik dacht dat het ook gesloopt was staat nog. Vlak langs het spoor met een tekening van een kind met een vlieger erop. Hier hebben dus alle meisjes vast gezeten. Er komen hier per dag ongelofelijk veel mensen langs. Lopend, misschien fietsend, in de auto, in de trein. Niemand wist wat er in de kelder gebeurde. En ook hier wonen er weer mensen naast. Misschien ben ik een aansteller maar gatsie, ik zou er niet naast kunnen wonen. Ik ga terug naar huis met veel foto’s en een onbehagelijk gevoel.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten